ECLI:NL:RBMAA:2008:BC8579
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens medeplegen bezit heroïne, cocaïne en methadon met rechterlijk pardon
Op 6 november 2007 werd verdachte samen met zijn vader betrapt op het opzettelijk aanwezig hebben van aanzienlijke hoeveelheden heroïne, cocaïne en methadon in Geleen. De rechtbank Maastricht achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medepleger was van deze strafbare feiten.
De verdachte woont nog bij zijn ouders en is in een gezagsverhouding met zijn vader. Hoewel hij in het verleden drugs heeft gebruikt en de middelen binnen zijn bereik waren, is hij niet eerder met justitie in aanraking geweest voor soortgelijke feiten. De rechtbank concludeerde dat het opzet in voorwaardelijke zin bewezen is.
De officier van justitie eiste een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf, maar de rechtbank besloot toepassing te geven aan het rechterlijk pardon op grond van artikel 9a Wetboek van Strafrecht. Hierdoor werd aan verdachte geen straf of maatregel opgelegd, ondanks de bewezenverklaring van het feit.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor medeplegen bezit van heroïne, cocaïne en methadon, maar krijgt geen straf opgelegd vanwege rechterlijk pardon.