ECLI:NL:RBMAA:2008:BC6119
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.E.C.M. Dahmen
- Rechtspraak.nl
Moeder kan zelfstandig verzoeken tot wijziging hoofdverblijf minderjarige kinderen
De moeder heeft verzocht om wijziging van het hoofdverblijf van haar minderjarige kinderen, die sinds vijf jaar bij een pleegmoeder verblijven met gezamenlijk ouderlijk gezag. De pleegmoeder weigert medewerking aan wijziging, waardoor de moeder een verzoek indient om dit recht zelfstandig te kunnen uitoefenen.
De rechtbank overweegt dat artikel 1:253s BW, dat vereist dat beide ouders gezamenlijk een verzoek tot wijziging doen, in strijd is met artikel 6 lid 1 EVRM Pro en artikel 8 lid 1 EVRM Pro, die het recht op toegang tot de rechter en bescherming van het gezinsleven waarborgen. Daarom moet de moeder zelfstandig dit verzoek kunnen indienen.
De rechtbank kwalificeert het geschil ook als een conflict tussen gezaghebbende ouders op grond van artikel 1:253a BW, waarbij de pleegmoeder als belanghebbende wordt beschouwd. De moeder pleit voor terugplaatsing, terwijl de pleegmoeder en de kinderen aangeven dat terugkeer ongewenst is. Er is sprake van een communicatieprobleem tussen moeder en pleegmoeder, waarvoor mediation is ingezet.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseert dat de kinderen het beste bij de pleegmoeder kunnen blijven, maar stelt ook dat mediation en eventueel nader onderzoek nodig zijn. De rechtbank houdt de beslissing aan voor maximaal zes maanden in afwachting van het advies van de Raad en de uitkomst van mediation, met als doel het belang van de kinderen te waarborgen.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan voor maximaal zes maanden in afwachting van mediation en een advies van de Raad voor de Kinderbescherming.