ECLI:NL:RBMAA:2008:BC3102
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- D. Laeven
- F.L.G. Geisel
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening inzake ontheffing parkeerverbod voor bedrijfsvoertuig afgewezen
Verzoekster exploiteert sinds 1992 een taxibedrijf dat gespecialiseerd is in het spoedvervoer van bloed en medische benodigdheden. Voor haar bedrijfsvoering is het noodzakelijk dat het speciaal uitgeruste voertuig snel beschikbaar is en bij voorkeur voor de deur kan parkeren. Verweerder verleende aanvankelijk parkeervergunningen voor het voertuig op belanghebbendenplaatsen, maar trok deze in vanwege een klacht van een omwonende en het parkeerverbod voor voertuigen groter dan 6 meter lengte of 2,4 meter hoogte.
Verzoekster vroeg ontheffing van het parkeerverbod, maar dit werd geweigerd. Zij maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening om het voertuig tijdelijk op de belanghebbendenplaatsen te mogen parkeren. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening geen betrekking heeft op de geweigerde ontheffing, maar op de intrekking van de parkeervergunning, die niet in deze procedure aan de orde is.
Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter benadrukte dat het parkeerverbod mede is ingesteld ter bescherming van het uiterlijk aanzien van de gemeente en dat verzoekster zich zal moeten neerleggen bij het verbod. Verweerder moet het bezwaar van verzoekster nog inhoudelijk beoordelen en daarbij een belangenafweging maken tussen het gemeentelijk belang en de bedrijfsbelangen van verzoekster.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan materiële connexiteit met het bestreden besluit.