ECLI:NL:RBMAA:2008:BC3092
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A.H. Span-Henkens
- P.J.M. Bruijnzeels
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WW-dagloonberekening op basis van WAO-vervolgdagloon
Eiser ontving van 1995 tot 2006 een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met het WAO-vervolgdagloon als grondslag. Na herziening in 2006 werd de arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 15 tot 25% en werd een WW-uitkering toegekend, waarbij het WW-dagloon werd afgeleid van het WAO-vervolgdagloon.
Eiser maakte bezwaar tegen de vaststelling van het WW-dagloon, stellende dat dit te laag was en onvoldoende rekening hield met het WAO-dagloon. De rechtbank oordeelde dat de lagere regelgever niet bevoegd is om af te wijken van de referteperiode zoals bepaald in artikel 45, eerste lid, van de WW, en dat artikel 13, zesde lid, van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen onverbindend is.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en beval een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de juiste wettelijke bepalingen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en kosten van rechtsbijstand.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen conform de uitspraak.