ECLI:NL:RBMAA:2007:BJ2445
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Verjans
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst na brand woning zonder plicht tot vervangende woonruimte door verhuurder
De huurders vorderden dat de ontbinding van hun huurovereenkomst nietig werd verklaard en dat de verhuurder hen een gelijkwaardige woning zou aanbieden na de volledige brand van hun woning. De verhuurder had de huurovereenkomst ontbonden op grond van artikel 7:210 lid 1 BW Pro omdat de woning niet meer geschikt was voor bewoning.
De rechtbank stelde vast dat de woning volledig was afgebrand en dat voortzetting van de huurovereenkomst daardoor onmogelijk was. De huurders konden geen beroep doen op een plicht van de verhuurder om hen vervangende woonruimte aan te bieden, ook al waren zij sociaal zwakkere huurders met een bijstandsuitkering.
De rechtbank overwoog dat de verhuurder als sociale verhuurder discretionaire bevoegdheid heeft om te bepalen met wie zij huurovereenkomsten aangaat en dat het beleid niet in strijd was met wettelijke bepalingen. De huurders hadden ook geen schadevergoeding gekregen omdat zij geen aantoonbare schade hadden onderbouwd.
De vorderingen van de huurders werden afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de huurders af en bevestigt de ontbinding van de huurovereenkomst zonder plicht tot vervangende woonruimte.