ECLI:NL:RBMAA:2007:BC1330
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd inzake ouderlijke verantwoordelijkheid na verhuizing kinderen naar Nederland
Partijen woonden met hun kinderen in België en waren in een echtscheidingsprocedure verwikkeld. De vrouw had in België voorlopige maatregelen gevraagd, waarbij het hoofdverblijf van de kinderen bij haar werd vastgesteld. Vervolgens verhuisde zij met de kinderen zonder toestemming van de man naar Nederland en startte daar een echtscheidingsprocedure.
De rechtbank Maastricht had op 6 augustus 2007 voorlopige voorzieningen getroffen waarbij de kinderen aan de vrouw werden toevertrouwd en omgang met de man werd geschorst. De man verzocht wijziging van deze voorzieningen, stellende dat de Nederlandse rechter niet bevoegd was omdat de juridische woonplaats van de kinderen België bleef.
De rechtbank oordeelde dat bij de eerdere beschikking onvolledige gegevens waren gebruikt, omdat niet was meegenomen dat de man niet had ingestemd met de verhuizing. Gelet op de Brusselse regelgeving bleef de Belgische rechter bevoegd. De voorlopige voorzieningen werden daarom vervallen verklaard en de rechtbank verklaarde zich onbevoegd om over de ouderlijke verantwoordelijkheid te beslissen.
De rechtbank ging niet over tot verwijzing naar de Belgische rechter omdat geen lopende procedure aldaar was gebleken. Tegen deze beschikking is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en vervalt de eerder getroffen voorlopige voorzieningen.