ECLI:NL:RBMAA:2007:BB9335
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.W.A. van den Berg
- M.C.A.E. van Binnebeke
- S.V. Pelsser
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken aanmerkelijke schuld bij dodelijk verkeersongeval met trekker
Op 11 juli 2006 vond een dodelijk verkeersongeval plaats waarbij verdachte, bestuurder van een trekker met oplegger, betrokken was. Hij reed linksaf bij een kruising op de Rijksweg A2 afrit Holtum-Born en kwam in botsing met een bestuurster van een fiets die over het (brom)fietspad van rechts naderde. Het slachtoffer overleed aan haar verwondingen.
De rechtbank oordeelde dat verdachte niet aanmerkelijk schuldig was aan het ongeval, mede vanwege de drukke en onoverzichtelijke verkeerssituatie door wegwerkzaamheden en het lage snelheid van circa 6 km/u. Verdachte keek naar links en rechts voordat hij de kruising opreed, maar zag het slachtoffer niet. Hierdoor werd hij vrijgesproken van het primair ten laste gelegde artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte het (brom)fietspad oprijdt zonder voorrang te verlenen, in strijd met artikel 5 Wegenverkeerswet Pro 1994. De rechtbank veroordeelde hem tot een werkstraf van 30 uur, met een vervangende hechtenis van 15 dagen bij niet-nakoming. Een ontzegging van rijbevoegdheid werd niet opgelegd gezien de omstandigheden en persoonlijke situatie van verdachte.
De rechtbank hield rekening met het grote leed van de nabestaanden en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn schone strafblad en de impact van het ongeval op hem. De verkeerssituatie werd na het ongeval aangepast met extra waarschuwingsborden en fysieke afsluiting van de vluchtstrook om herhaling te voorkomen.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van aanmerkelijke schuld aan ongeval, veroordeeld voor het niet verlenen van voorrang met een werkstraf van 30 uur.