ECLI:NL:RBMAA:2007:BB8200
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens onregelmatige opzegging en opvolgend werkgeverschap in overgang van onderneming
De eiser vorderde aanvankelijk een verklaring van recht omtrent vernietigbaarheid van de opzegging, toewijzing tot tewerkstelling en betaling van loon met wettelijke verhogingen en kosten. Later wijzigde hij zijn vordering en stelde dat de beëindiging onregelmatig was vanwege niet-naleving van de opzegtermijn, met een aanvullende claim wegens kennelijk onredelijke opzegging.
De gedaagde partij verweerde zich met onder meer het verweer dat geen sprake was van overgang van onderneming of opvolgend werkgeverschap, dat de opzegging conform cao was en dat de vorderingen verjaringsgrond troffen. De rechter constateerde dat de eiser meerdere keren van standpunt wisselde, wat onwenselijk was en de zaak onnodig ingewikkeld maakte.
Feiten wezen uit dat de eiser gedetacheerd was via een sociaal plan dat strikte voorwaarden stelde aan overgang van werknemers. De eiser had niet voldaan aan de voorwaarden voor voortzetting van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Ook was onvoldoende concreet bewijs geleverd voor overgang van onderneming. De vorderingen wegens kennelijk onredelijke opzegging werden niet ontvankelijk verklaard vanwege verjaring.
De kantonrechter wees de vorderingen af, veroordeelde de eiser in de proceskosten en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. De procedure werd afgesloten zonder toewijzing van enige vordering.
Uitkomst: Vorderingen van eiser wegens onregelmatige opzegging en kennelijk onredelijk ontslag worden afgewezen; eiser wordt veroordeeld in proceskosten.