ECLI:NL:RBMAA:2007:BB5606
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking exploitatie- en drankvergunning horecaonderneming
Verzoekster, exploitante van een horecaonderneming te Kerkrade, maakte bezwaar tegen besluiten van 25 juli 2007 waarbij haar exploitatievergunning en vergunning ex Drank- en Horecawet werden ingetrokken. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter constateerde dat verweerders niet het advies van het Landelijk Bureau Bibob hadden overgelegd, ondanks expliciet verzoek en een eerdere beschikking waarin dit werd afgewezen. Hierdoor kon niet worden beoordeeld of de motivering van de besluiten overeenkwam met het advies. De overwegingen in de besluiten die betrekking hadden op het advies werden daarom als niet-dragend beschouwd.
Daarnaast bleek uit het politierapport dat softdrugs waren aangetroffen in de bovenwoning van het pand, maar verweerders hadden niet het voorgeschreven beleid gevolgd, namelijk het geven van een schriftelijke waarschuwing en een nader onderzoek voorafgaand aan intrekking. De voorzieningenrechter oordeelde dat de besluiten onvoldoende gemotiveerd waren en schorst deze tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Verweerders werden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de intrekkingsbesluiten worden geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.