ECLI:NL:RBMAA:2007:BB3581
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens illegale tewerkstelling van vreemdeling in restaurant
Op 7 oktober 2005 constateerde de Arbeidsinspectie dat in het restaurant van eiser een Poolse vrouw arbeid verrichtte zonder geldige tewerkstellingsvergunning. Eiser, mede-eigenaar van het restaurant, beschikte niet over de vereiste vergunning voor deze tewerkstelling, wat een overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) opleverde.
Eiser voerde aan dat hij niet op de hoogte was van de noodzaak van een vergunning vanwege taalproblemen en het feit dat hij slechts een kopie van het verblijfsdocument bezat. Tevens stelde hij dat de boete buitenproportioneel was gezien de korte duur van de illegale tewerkstelling en het geringe verdiende bedrag. Ook werd aangevoerd dat het restaurant feitelijk een eenmanszaak was, waardoor de boete te hoog zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat het opleggen van de boete een discretionaire bevoegdheid is, maar dat de hoogte ervan moet worden getoetst aan de ernst van de overtreding en het doel van de Wav. De overtreding was bewezen en de verwijtbaarheid van eiser speelde geen rol. De boete van €8.000 was gebaseerd op beleidsregels en niet onevenredig. De omstandigheden van eiser vormden geen bijzondere reden tot matiging. De boete was terecht opgelegd aan de vennootschap onder firma, zoals die op het moment van overtreding bestond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete van €8.000 wegens illegale tewerkstelling wordt ongegrond verklaard.