ECLI:NL:RBMAA:2007:BB2984
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor drugssmokkel en veroordeling voor bezit van cocaïne
De rechtbank Maastricht behandelde op 25 april 2007 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het opzettelijk binnenbrengen van circa 305 gram cocaïne in Nederland door verzending per post, en het bezit van ongeveer 50,5 gram cocaïne in zijn woning.
Uit het onderzoek ter terechtzitting bleek onvoldoende bewijs dat verdachte het postpakket met cocaïne daadwerkelijk heeft verstuurd. Het enkele feit dat zijn naam als afzender op het pakket stond, was onvoldoende om hem daarvoor te veroordelen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van deze tenlastelegging.
Wel werd wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 19 april 2005 in zijn woning in de gemeente Heerlen ongeveer 50,5 gram cocaïne aanwezig had. Dit werd bevestigd door een positieve kleurreactietest en een deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut. Verdachte verklaarde de cocaïne te hebben gekregen van de vrouw van een derde persoon om te bewaren.
De rechtbank veroordeelde verdachte voor het bezit van cocaïne tot een gevangenisstraf van drie maanden, waarbij de tijd die verdachte in verzekering had doorgebracht volledig in mindering werd gebracht. Daarnaast werd de cocaïne onttrokken aan het verkeer en andere inbeslaggenomen goederen werden aan verdachte teruggegeven.
De straf werd bepaald rekening houdend met de ernst van het feit, het belang van normhandhaving, het gevaar van harddrugs voor de volksgezondheid, en het feit dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten was veroordeeld.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het verzenden van cocaïne, maar veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf voor bezit van 50,5 gram cocaïne.