ECLI:NL:RBMAA:2007:BB2401
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.J. Hazen
- Rechtspraak.nl
Wijziging partneralimentatie na wegvallen hypotheeklasten bij echtscheiding
Partijen zijn gehuwd geweest en gescheiden waarbij voorlopige voorzieningen werden getroffen omtrent kinderalimentatie en partneralimentatie. De vrouw verzocht wijziging van de partneralimentatie wegens gewijzigde omstandigheden, met name het wegvallen van hypotheeklasten na verkoop van de woning.
De man betwistte de ontvankelijkheid van het verzoek op grond van artikel 826 lid 1 sub c Rv Pro, stellende dat de voorlopige voorzieningen betreffende kinderalimentatie waren geëindigd bij inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. De rechtbank oordeelde dat dit inderdaad geldt voor kinderalimentatie, waardoor het verzoek daartoe niet ontvankelijk is, maar dat de afwijzing van partneralimentatie wegens gebrek aan draagkracht wel een voorlopige voorziening is waarop artikel 826 lid 1 sub c Rv Pro van toepassing is.
De rechtbank herberekende de draagkracht van de man rekening houdend met co-ouderschap en betaalde alimentaties aan vier kinderen uit verschillende relaties. De draagkracht werd vastgesteld op €318 per maand voor partneralimentatie. De vermeerdering van het verzoek tot €1300 per maand werd afgewezen wegens strijd met goede procesorde.
De rechtbank besloot de partneralimentatie te wijzigen naar €318 per maand met ingang van 15 juli 2007 en verklaarde het verzoek tot wijziging van kinderalimentatie niet ontvankelijk. Tegen deze beschikking is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt vastgesteld op €318 per maand met ingang van 15 juli 2007; het verzoek tot wijziging van kinderalimentatie wordt niet ontvankelijk verklaard.