ECLI:NL:RBMAA:2007:BB2044
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.P.G. Houterman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek bewindvoerder tot aankoop tweede verhuurd onroerend goed
De bewindvoerder van een 80-jarige rechthebbende, die verblijft in een verpleeghuis, verzocht om een aanzienlijk deel van het spaarsaldo (€35.000 van circa €43.000) te gebruiken voor de aankoop van een tweede onroerend goed dat verhuurd zou worden. De bewindvoerder stelde dat deze investering meer rendement zou opleveren dan de huidige spaarrekening en dat de huuropbrengst de hypotheekrente zou dekken, met aflossing uit het eigen vermogen.
De kantonrechter oordeelde dat het resterende saldo na deze investering onvoldoende is om te voorzien in verzorgingskosten, gelet op de landelijke richtlijn van €20.000 aan liquide middelen voor personen van 65 jaar en ouder. Daarnaast werd geoordeeld dat de aanschaf van een tweede verhuurd pand en het aangaan van een hypotheek niet in het belang is van de rechthebbende, die nagenoeg schuldenvrij is.
De kantonrechter merkte op dat de bewindvoerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de investering tot vermogensopbouw leidt, omdat onderhoudskosten, eigenaarlasten en verhuurverplichtingen niet zijn meegenomen. Ook het argument dat de hypotheek bij overlijden verhoogd kan worden om successierechten te betalen, werd verworpen als niet in het belang van de rechthebbende.
Het uitgangspunt dat het vermogen doelmatig en risicoloos moet worden beheerd, kan volgens de kantonrechter in dit geval beter worden gerealiseerd door het geld op een spaarrekening met een hoger rentepercentage te zetten. Daarom wees de kantonrechter het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot aankoop van een tweede verhuurd onroerend goed met spaargeld wordt afgewezen omdat dit niet in het belang is van de rechthebbende.