ECLI:NL:RBMAA:2007:BA3373
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Heyltjes
- E.V.L. Heuts
- Rechtspraak.nl
Deels gegrond beroep tegen bestuurlijke boete wegens illegale tewerkstelling van vreemdelingen
Eiser kreeg een bestuurlijke boete van €8.000 opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door twee Turkse vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning in zijn restaurant te Nederland. Eén van de vreemdelingen had inmiddels de Duitse nationaliteit verkregen en de ander beschikte over een Duitse tewerkstellingsvergunning als grensarbeider.
Eiser voerde aan dat de boete onterecht was omdat de betrokken werknemers volgens hem legaal in Duitsland werkten en dat het Associatieverdrag EEG/Turkije en het Besluit 1/80 vrije arbeidsmobiliteit binnen de EU moesten waarborgen. Verweerder stelde dat de Wav en Vreemdelingenwet bepalen dat een tewerkstellingsvergunning vereist is en dat de boete terecht was opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat de Duitse naturalisatie van de werknemer pas formeel vanaf 24 maart 2005 gold en dat de tewerkstellingsvergunning in Duitsland geen recht gaf om in Nederland te werken. De boete was in overeenstemming met beleidsregels en niet onevenredig hoog, maar verweerder had onvoldoende rekening gehouden met bijzondere omstandigheden zoals de grenssituatie en de situatie van de werknemers.
Daarom werd het beroep deels gegrond verklaard en de boete gematigd. Tevens werd verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen en eiser werd in de proceskosten en griffierecht tegemoetgekomen.
Uitkomst: Het beroep wordt deels gegrond verklaard en de boete wordt gematigd vanwege onvoldoende maatwerk bij de boetebepaling.