ECLI:NL:RBMAA:2007:BA0692
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.G.L. van der Aa
- Th.J.M. Oostdijk
- I.M.T. Wijnands
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs seksueel misbruik minderjarig slachtoffer
De rechtbank Maastricht behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van seksueel misbruik van een minderjarig meisje tussen maart 2003 en mei 2004. De tenlastelegging omvatte diverse vormen van seksueel binnendringen en misbruik, gepleegd door verdachte en medeverdachten. De verdediging voerde aan dat de verklaringen van het slachtoffer beïnvloed waren en dat er onvoldoende bewijs was.
De rechtbank onderzocht uitvoerig de bewijsmiddelen, waaronder het studioverhoor van het slachtoffer, verklaringen van pleegmoeder, medische rapporten van forensisch deskundige Van Hooren en analyses van klinisch psycholoog Van der Sleen. De deskundigen concludeerden dat de verklaringen van het slachtoffer mogelijk onbewust beïnvloed waren, dat er sprake was van confirmation bias en dat het medisch dossier geen sluitend bewijs leverde dat verdachte het letsel had toegebracht.
De verklaringen van overige getuigen en medeverdachten waren niet overtuigend en konden niet bijdragen aan een bewezenverklaring. De rechtbank oordeelde dat de tenlastelegging niet wettig en overtuigend bewezen kon worden en sprak verdachte vrij. Tevens werd de vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van seksueel misbruik.