ECLI:NL:RBMAA:2007:AZ9224
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.P.G. Houterman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling volkenrechtelijke immuniteit bij geschil over opzegging huurovereenkomsten door een vreemde staat
In deze zaak stond centraal of de Nederlandse kantonrechter bevoegd was om kennis te nemen van een vordering tot nakoming van huurovereenkomsten die waren opgezegd door de Verenigde Staten, die zich beroepen op volkenrechtelijke immuniteit. Eisers waren drie partijen die huurovereenkomsten met de VS hadden en stelden dat de VS deze onterecht hadden opgezegd.
De VS voerden aan dat zij als soevereine staat immuniteit van jurisdictie genoten, waardoor de Nederlandse rechter niet bevoegd zou zijn om een vordering tot nakoming te behandelen, hoewel schadevergoeding wel mogelijk zou zijn. Tevens werd betwist of de kantonrechter te Maastricht bevoegd was ten aanzien van een vordering over panden in Heerlen.
De kantonrechter oordeelde dat immuniteit slechts geldt voor typische overheidshandelingen en dat het sluiten van huurovereenkomsten een commerciële activiteit betreft, waardoor geen immuniteit geldt. Ook vond de rechter geen goede grond voor het onderscheid tussen nakoming en schadevergoeding. De vordering tot onbevoegdverklaring werd afgewezen en de zaak werd verwezen naar een rolzitting voor verdere behandeling. De VS werden veroordeeld in de kosten van het incident en hoger beroep werd toegestaan.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst het beroep op onbevoegdheid af.