ECLI:NL:RBMAA:2006:AZ0578
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.A.E. van Binnebeke
- W.L.J. Voogt
- R. Niessen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens bijstandsfraude met voorwaardelijke werkstraf
De rechtbank Maastricht heeft verdachte veroordeeld wegens het valselijk opmaken van periodieke verklaringen in het kader van de Algemene Bijstandswet en de Wet Werk en Bijstand, waarbij zij niet heeft opgegeven dat zij samenwoonde met haar echtgenoot. Dit gebeurde gedurende de periode van 1 maart 1996 tot en met 30 januari 2005. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte en haar (ex-)echtgenoot gedurende deze gehele periode een gezamenlijke huishouding voerden.
De verdediging voerde aan dat de fraude niet gedurende de gehele periode had plaatsgevonden en wees op bijzondere omstandigheden, zoals de gezondheid van verdachte en de zorg voor hun gehandicapte zoon. De officier van justitie eiste een onvoorwaardelijke werkstraf van 120 uur. De rechtbank oordeelde echter dat gezien de persoonlijke omstandigheden en het geringe recidivegevaar een geheel voorwaardelijke werkstraf passend is.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een taakstraf van 120 uur werkstraf, waarvan de uitvoering wordt opgeschort onder voorwaarde dat zij zich gedurende twee jaar niet schuldig maakt aan een nieuw strafbaar feit. Bij niet-naleving kan vervangende hechtenis van 60 dagen worden opgelegd. Daarnaast sprak de rechtbank verdachte vrij van andere tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf van 120 uur met een proeftijd van twee jaar.