ECLI:NL:RBMAA:2006:AY9261
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A.M. van Uum
- W.E. Elzinga
- P.E.C.M. Dahmen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling minderjarige voor medeplegen van meerdere coniferenbranden met gevaarzetting
De rechtbank Maastricht heeft op 8 september 2006 uitspraak gedaan in een zaak tegen een minderjarige verdachte die samen met anderen meerdere coniferenbranden heeft gepleegd in de gemeenten Brunssum en Heerlen. De brandstichtingen vonden plaats op verschillende data in januari 2006 en veroorzaakten gevaar voor woningen, auto's, goederen en personen. De verdachte introduceerde het idee en nam wisselende rollen aan binnen de groep, wat leidde tot de kwalificatie van medeplegen.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte betrokken was bij zes van de zeven ten laste gelegde feiten, waarbij hij medepleger was van opzettelijke brandstichting en openlijk geweld tegen goederen. De rechtbank sprak de verdachte vrij van één feit wegens gebrek aan bewijs. De gedragingen werden zeer kwalijk genomen vanwege het gebrek aan normbesef en het gevaarzetting voor derden.
De officier van justitie vorderde een voorwaardelijke jeugddetentie van vier maanden met een proeftijd van twee jaar, gecombineerd met een taakstraf van 60 uur werk en 20 uur leerproject. De rechtbank volgde dit voorstel, maar legde de jeugddetentie voorwaardelijk op vanwege de jeugdige leeftijd van de verdachte. Tevens werden bijzondere voorwaarden gesteld aan het gedrag tijdens de proeftijd en de betrokkenheid van de Jeugdreclassering.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van vier maanden en taakstraffen wegens medeplegen van meerdere coniferenbranden met gevaarzetting.