ECLI:NL:RBMAA:2006:AY5433
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. Klifman
- F.M. van Maanen Winters
- F.C.B. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Bewijsuitsluiting en wijziging sanctie wegens onrechtmatig binnentreden bij hennepplantage
De verdachte werd beschuldigd van het bezit van grote hoeveelheden verdovende middelen, waaronder heroïne, cocaïne, amfetamine, MDMA, hasjiesj en hennep, aangetroffen in een woning te Maastricht. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf en werkstraf. De verdediging stelde dat het bewijs onrechtmatig was verkregen door onrechtmatig binnentreden zonder redelijk vermoeden.
De rechtbank onderzocht de rechtmatigheid van het binnentreden. De machtiging tot binnentreden was gebaseerd op vermoedens van een hennepplantage, onder meer door meldingen van een stadswacht en een medewerker van de milieupolitie, en warmtemetingen. De rechtbank oordeelde echter dat deze aanwijzingen onvoldoende objectief waren om een redelijk vermoeden te rechtvaardigen. De machtiging was daarom niet geldig en het binnentreden zonder toestemming onrechtmatig.
Als gevolg hiervan werd het bewijs dat direct voortkwam uit het onrechtmatig binnentreden uitgesloten. De daaropvolgende doorzoeking met toestemming van de bewoner was wel rechtmatig en het bewijs daaruit bleef geldig. De rechtbank sprak de verdachte vrij van de niet bewezen verklaarde feiten en veroordeelde haar voor de bewezen feiten tot geldboetes met vervangende hechtenis, in plaats van de geëiste werkstraf, vanwege de ernstige schending van het huisrecht.
De strafmaat werd aangepast met inachtneming van de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoonlijke situatie van de verdachte. De rechtbank hield rekening met de financiële draagkracht van de verdachte bij het opleggen van de geldboetes.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot geldboetes met vervangende hechtenis wegens bezit van verdovende middelen, met bewijsuitsluiting wegens onrechtmatig binnentreden.