ECLI:NL:RBMAA:2006:AY3943
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing beëindiging bijstandsuitkering na onaangekondigd huisbezoek wegens onvoldoende zorgvuldigheid
Verzoekster ontving een bijstandsuitkering die per 4 mei 2006 werd beëindigd door verweerder op basis van een verklaring die zij tijdens een onaangekondigd huisbezoek had afgelegd. Dit huisbezoek was uitgevoerd door een cliëntmanager zonder opsporingsbevoegdheid, die controle-observaties had verricht. Verzoekster was overvallen door het huisbezoek en weigerde medewerking, maar tekende een verklaring afstand te doen van de uitkering.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de observaties van de cliëntmanager onvoldoende aanleiding vormden voor het huisbezoek en dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door niet te verifiëren of verzoeksters verklaring weloverwogen was, vooral omdat verzoekster diezelfde dag nog probeerde contact te zoeken met de cliëntmanager. Daarnaast nam verweerder meer dan een maand om het besluit te nemen, terwijl verzoekster en haar minderjarige dochter afhankelijk waren van de uitkering.
De rechtbank concludeerde dat verweerder niet voldoende kennis had vergaard van de relevante feiten en belangen, waardoor het besluit in strijd was met de zorgvuldigheidseisen van de Awb. Daarom werd het primaire besluit geschorst en werd de bijstandsuitkering met ingang van 4 mei 2006 hersteld tot zes weken na beslissing op bezwaar.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de bijstandsuitkering wordt geschorst en de uitkering wordt hersteld vanaf 4 mei 2006 tot zes weken na bezwaarbeslissing.