ECLI:NL:RBMAA:2006:AX4742
Rechtbank Maastricht
- Kort geding
- Casparie
- Rechtspraak.nl
Toewijzing omgangsrecht voor dochters met bedlegerige moeder in woning van broer
In deze zaak vorderen twee dochters omgang met hun 83-jarige moeder die bedlegerig is na een hersenbloeding en woont bij hun broer, die de toegang tot zijn woning weigert vanwege een langdurige familieruzie. De moeder is ernstig beperkt in haar mobiliteit en communicatie, en wordt intensief verzorgd in de woning van de broer.
De broer betwist de vordering en beroept zich op zijn recht op privacy en huisvrede, evenals op het ontbreken van een wettelijke grondslag voor omgang tussen meerderjarige kinderen en hun moeder in diens woning. De dochters stellen dat er altijd sprake was van een nauwe familiale band en dat het belang van de moeder bij het contact zwaarder weegt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het belang van de moeder bij het onderhouden van contact met haar dochters prevaleert boven het privacybelang van de broer, mede omdat het contact voorheen altijd plaatsvond en moeder daar baat bij heeft. De omgang wordt toegewezen met een beperking tot eenmaal per veertien dagen anderhalf uur, op momenten zonder therapie, en met een dwangsom bij niet-nakoming.
De kosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad. De rechtbank benadrukt dat het weigeren van toegang tot de woning door de broer onder deze omstandigheden onredelijk en onrechtmatig is.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de broer om de dochters eenmaal per veertien dagen anderhalf uur omgang met hun bedlegerige moeder in zijn woning toe te staan, met een dwangsom bij niet-nakoming.