ECLI:NL:RBMAA:2006:AV5301
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevel tot wedertewerkstelling statutair directeur na onterechte non-actiefstelling
Eiser trad op 15 oktober 2005 in dienst als statutair directeur bij gedaagde stichting. Binnen twee maanden ontstond kritiek vanuit het managementteam en de controller, die zich richtte tot de Raad van Toezicht. Na diverse gesprekken en het niet slagen van mediation werd eiser op 23 januari 2006 op non-actief gesteld door de Raad van Toezicht, die tevens het voornemen tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst aankondigde.
Eiser meldde zich ziek en gaf aan na herstel direct zijn werkzaamheden te willen hervatten. Gedaagde hield hem echter op non-actief en betaalde loon door. Eiser vorderde in kort geding onmiddellijke wedertewerkstelling met een dwangsom bij niet-naleving. De kantonrechter oordeelde dat de Raad van Toezicht te snel en lichtvaardig had gehandeld, onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte en eiser geen kans had gegeven zijn functioneren te verbeteren of de kritiek te bespreken.
De kantonrechter vond dat het spoedeisend belang vaststond en dat eiser recht had op wedertewerkstelling, ook al bestaat in het algemeen geen absoluut recht hierop. Het onderzoek door een onafhankelijk bureau dat gedaagde had ingeschakeld, mocht niet leiden tot verdere vertraging. De vordering werd toegewezen met een gemaximeerde dwangsom en gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld om eiser onmiddellijk in zijn werkzaamheden te herstellen met een dwangsom bij niet-naleving.