ECLI:NL:RBMAA:2006:AV4319
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van onvoorwaardelijk strafontslag wegens plichtsverzuim en onwerkbare arbeidsverhouding bij Universiteit Maastricht
Eiser, een hoogleraar aan de Universiteit Maastricht, werd op 27 september 2004 onvoorwaardelijk strafontslag verleend vanwege plichtsverzuim, met name het niet verschijnen op een oproep van de bedrijfsarts, en een onwerkbare arbeidsverhouding binnen zijn vakgroep. Tevens werd hem de titel “professor” ontzegd.
Eiser voerde aan dat hij door zijn burn-out niet kon verschijnen bij de bedrijfsarts en dat hij werd weggepest door collega’s, waardoor hij zijn werkzaamheden niet kon uitvoeren. Hij stelde dat het ontslag disproportioneel was en dat hij onterecht de titel professor werd ontzegd. De Awb-commissie concludeerde dat het niet verschijnen op het spreekuur plichtsverzuim was, maar dat dit alleen niet het ontslag rechtvaardigde; het ontslag werd redelijk geacht gezien de onwerkbare verhouding.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen objectieve medische onderbouwing voor zijn burn-out had geleverd en dat het plichtsverzuim aan hem toe te rekenen was. De rechtbank oordeelde dat de werkgever voldoende rekening had gehouden met de belangen van eiser en dat het ontslag in redelijkheid kon worden opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het onvoorwaardelijk strafontslag wegens plichtsverzuim en onwerkbare arbeidsverhouding.