ECLI:NL:RBMAA:2006:AV1308
Rechtbank Maastricht
- Kort geding
- Casparie
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering alimentatieachterstand wegens gebrek aan spoedeisend belang
Partijen zijn gescheiden en hebben de alimentatieregeling vastgelegd in een convenant dat door de rechtbank in de echtscheidingsbeschikking is opgenomen. De rechtbank constateerde dat in de beschikking onjuiste alimentatiebedragen waren vermeld, waarop partijen een nadere overeenkomst sloten waarin zij de convenantbedragen als bindend erkenden.
De vrouw vordert in kort geding betaling van een alimentatieachterstand van ruim €7.700,- en nakoming van de alimentatieverplichtingen, met een dwangsom bij niet-nakoming. De man voert verweer dat de vrouw geen spoedeisend belang heeft, misbruik van recht maakt en dat zij reeds een titel heeft die zij kan executeren.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw een executeerbare titel bezit en dat herstel van de kennelijke fouten in de beschikking mogelijk is volgens artikel 31 Rv Pro. Omdat de vrouw niet heeft getracht de beschikking te executeren, ontbreekt het spoedeisend belang voor de vorderingen. De vorderingen worden afgewezen en de vrouw wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot betaling van alimentatieachterstand en nakoming afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang; vrouw veroordeeld in proceskosten.