ECLI:NL:RBMAA:2005:AU9018
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke werkstraf wegens bezit van meer dan 30 gram hennep
Op 6 september 2005 werd verdachte beticht van het opzettelijk aanwezig hebben van vijf hennepplanten in de gemeente Sittard-Geleen. De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard vanwege het gedoogbeleid dat bij vijf of minder planten sepot toestaat. De politierechter verwierp dit verweer, stellende dat het gewicht van de planten (circa 30 kilogram) ruim boven de vervolgingsgrens van 30 gram lag, waardoor vervolging gerechtvaardigd was.
De rechtbank baseerde haar oordeel op de Aanwijzing Opiumwet van 2 november 2000 en de Richtlijn voor strafvordering Opiumwet softdrugs, waarin expliciet wordt gesteld dat bij 30 gram of meer hennep vervolging plaatsvindt. Tevens werd verwezen naar het arrest van de Hoge Raad van 31 mei 1994, waarin is bepaald dat de gehele hennepplant onder het verbod valt.
De politierechter achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en sprak haar vrij van overige tenlasteleggingen. Gezien de omstandigheden en het feit dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking was geweest, legde de rechtbank een geheel voorwaardelijke werkstraf van 40 uur op met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke werkstraf van 40 uur wegens het bezit van meer dan 30 gram hennep.