ECLI:NL:RBMAA:2005:AT6308
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.J.M. Bruijnzeels
- Rechtspraak.nl
Nietigheid van aandelenleaseovereenkomst wegens ontbreken schriftelijke toestemming echtgenoot
Op 18 mei 2000 sloot de gedaagde een aandelenleaseovereenkomst met de rechtsvoorganger van Dexia, waarbij aandelen van ABN Amro, Ahold en ING werden geleased voor 36 maanden. De echtgenoot van de gedaagde had de overeenkomst niet medeondertekend noch schriftelijk toestemming gegeven. Hij deed op 26 augustus 2004 buitengerechtelijk een beroep op vernietigbaarheid van de overeenkomst.
Dexia vorderde betaling van een restschuld na verkoop van de effecten in mei 2003. De gedaagde stelde zich op het standpunt dat de overeenkomst nietig was wegens het ontbreken van toestemming van haar echtgenoot, en dat zij niet gehouden was tot betaling. De rechtbank oordeelde dat het beroep van de echtgenoot tijdig was ingediend en dat de overeenkomst nietig was op grond van artikel 1:88 lid 1 sub d jo Pro lid 3 BW.
De rechtsverhouding wordt hersteld in de toestand van vóór het aangaan van de overeenkomst. Dexia moet € 4.150,80 terugbetalen met wettelijke rente vanaf 26 augustus 2004. Tevens moet Dexia de BKR-registratie verwijderen binnen 14 dagen onder dwangsom. De vordering van Dexia wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De aandelenleaseovereenkomst is nietig verklaard en Dexia is veroordeeld tot terugbetaling van betaalde termijnen met rente en verwijdering van BKR-registratie.