ECLI:NL:RBMAA:2005:AT3297
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verwijdering sepotmededeling uit Justitieel Documentatiesysteem
Eiser verzocht de verwijdering van een sepotmededeling uit het Justitieel Documentatiesysteem (JDS), omdat hij meent onterecht als verdachte te zijn geregistreerd in een strafzaak die geseponeerd is wegens onvoldoende bewijs. De Minister van Justitie handhaafde het besluit om de gegevens te laten staan, mede op advies van de plaatsvervangend Hoofdofficier van Justitie die stelde dat er sprake was van een redelijke verdenking en geen persoonsverwisseling.
De rechtbank oordeelde dat de directeur Centrale Justitiële Documentatie bevoegd was het besluit te nemen en dat het besluit een bestuursrechtelijk besluit is waartegen bezwaar en beroep mogelijk is. De rechtbank stelde vast dat de Wet Justitiële Documentatie (Wet JD) en het Besluit registratie justitiële gegevens bepalen welke gegevens worden geregistreerd en wanneer deze worden verwijderd, en dat daarin geen ruimte is voor een aparte belangenafweging.
De rechtbank verwierp het standpunt van eiser dat bijzondere persoonlijke omstandigheden tot verwijdering zouden moeten leiden, omdat de Wet JD geen mogelijkheid biedt tot verzet op die grond. Ook het beroep op strafrechtelijke bewijsregels werd verworpen omdat in bestuursrechtelijke procedures andere normen gelden. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en het besluit tot handhaving van de registratie van de sepotmededeling terecht is genomen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot handhaving van de sepotmededeling in het Justitieel Documentatiesysteem wordt ongegrond verklaard.