ECLI:NL:RBMAA:2004:AR5658
Rechtbank Maastricht
- Kort geding
- J.C. Casparie
- Rechtspraak.nl
Vordering tot doorbetaling kinderbijslag en terugbetaling teveel ontvangen bedrag na echtscheiding
Partijen zijn gescheiden ouders van drie minderjarige kinderen. Na hun scheiding woont het kind bij de moeder, die kinderbijslag ontvangt vanuit Duitsland, terwijl de vader kinderbijslag uit Nederland ontvangt. De moeder vordert dat de vader het bedrag van € 853,19 terugbetaalt dat zij aan de Duitse overheid moet terugbetalen wegens dubbele kinderbijslaguitkering en dat hij alle kinderbijslag die hij ontvangt voor de kinderen aan haar doorbetaalt.
De vader betwist dit en stelt dat de kinderbijslag die zijn nieuwe partner ontvangt voor het kind rechtmatig is, omdat het kind in belangrijke mate door haar wordt onderhouden. Hij voert aan dat de alimentatie die hij betaalt lager is dan de kinderbijslag die zijn partner ontvangt, en dat hij daarom niet verplicht is de kinderbijslag door te betalen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vader de kinderbijslag in beginsel moet doorbetalen aan de verzorgende ouder, tenzij de alimentatie reeds de volledige kosten dekt of de kinderbijslag daarin is verdisconteerd. Nu dit niet het geval is en de vader het kind slechts voor een belangrijk deel onderhoudt, moet hij de kinderbijslag doorbetalen. Tevens wordt de vordering tot terugbetaling van het teveel ontvangen bedrag toegewezen. De kosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vader wordt veroordeeld tot terugbetaling van € 853,19 en tot doorbetaling van kinderbijslag aan de moeder met een dwangsom bij niet-naleving.