ECLI:NL:RBMAA:2004:AR3094
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.W.A. van den Berg
- F.M. van Maanen Winters
- W.E. Elzinga
- Rechtspraak.nl
Plaatsing in inrichting voor jeugdigen na poging tot moord en ontucht met minderjarige
De verdachte, een verstandelijk zeer beperkte minderjarige, werd beschuldigd van poging tot moord op een vijfjarig meisje, ontuchtige handelingen met datzelfde meisje en diefstal van een bromfiets. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de poging tot moord met een sleepkabel heeft gepleegd, evenals de ontuchtige handelingen en de diefstal.
Psychologisch en psychiatrisch onderzoek toonde aan dat de verdachte leed aan een lichte verstandelijke beperking en een antisociale gedragsstoornis, waardoor zijn gedragskeuzes slechts in sterk verminderde mate aan hem konden worden toegerekend. De gedragsdeskundigen adviseerden een langdurige plaatsing in een beveiligde inrichting voor jeugdigen, afgestemd op zijn cognitieve beperkingen, om recidive te voorkomen en zijn ontwikkeling te stimuleren.
De rechtbank volgde dit advies en oordeelde dat een plaatsing onder voorwaarden onvoldoende garanties bood. De verdachte werd veroordeeld tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met een gesloten setting, toegerust voor de behandeling van zwakzinnigen. De rechtbank sprak hem vrij van het primair ten laste gelegde meer dan bewezen verklaarde. De uitspraak werd gedaan op 1 oktober 2004.
Uitkomst: Verdachte wordt geplaatst in een inrichting voor jeugdigen met gesloten setting wegens poging tot moord, ontucht en diefstal.