ECLI:NL:RBMAA:2004:AQ7032
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking bijstandsuitkering wegens vermogen
Verzoekers ontvingen een bijstandsuitkering, die door verweerder werd ingetrokken vanwege het bezit van een meer dan bescheiden vermogen. Verzoekers hadden hun woning verkocht en een nieuwe gekocht, maar meldden dit pas later. Verweerder trok de uitkering per 1 januari 2003 in, stellende dat verzoekers hadden moeten begrijpen dat zij geen recht op bijstand hadden zolang zij over dat vermogen beschikten.
Na bezwaar en beroep werd het recht op bijstand opnieuw toegekend met een krediethypotheek, maar vervolgens nam verweerder opnieuw een besluit tot beëindiging van de bijstand. Verzoekers verzochten om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder ten onrechte het vermogen op de beëindigingsdatum niet opnieuw had vastgesteld en onvoldoende had gemotiveerd waarom het vermogen niet mocht worden opgesoupeerd.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het besluit in strijd was met de Awb en de Wwb en schorst het besluit tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wordt geschorst tot zes weken na beslissing op bezwaar.