ECLI:NL:RBMAA:2004:AQ1076
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken rechtstreeks verband tussen nalaten en overlijden slachtoffer in liftincident
Op 7 september 2002 raakte een rolcontainer vastgehaakt in een afgekeurde lift zonder kooiafsluiting, waarna het slachtoffer bekneld raakte en stierf door verstikking. Verdachte had de lift niet buiten gebruik gesteld, gebruikers niet geïnformeerd over het verbod en geen veiligheidsmaatregelen getroffen.
De rechtbank stelde vast dat de lift na afkeuring in november 2001 nog in gebruik was en dat verdachte nalatig was in haar zorgplicht. Echter, er kon niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld waardoor de rolcontainer vastraakte in de liftkoker, waardoor het ontbreken van een rechtstreeks causaal verband tussen het nalaten van verdachte en het overlijden van het slachtoffer niet kon worden bewezen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard en de benadeelde werd veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van een rechtstreeks verband tussen haar nalaten en het overlijden van het slachtoffer.