ECLI:NL:RBMAA:2004:AO8591
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.C. Casparie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering tot vernietiging verdeling echtscheidingsconvenant wegens verjaring
Partijen zijn gehuwd met uitsluiting van gemeenschap van goederen en zijn in 2000 gescheiden. Tijdens de echtscheidingsprocedure sloten zij een convenant waarin zij de vermogensrechtelijke gevolgen regelden. De man stelde in 2002 buiten rechte de vernietiging van dit convenant in, maar startte de procedure pas in januari 2003.
De rechtbank oordeelt dat de verjaringstermijn van drie jaar voor het instellen van een rechtsvordering tot vernietiging van een verdeling (artikel 3:200 BW Pro) is overschreden. Het schrijven van 30 september 2002 door de man was onvoldoende om de verjaring te stuiten, omdat alleen het instellen van een rechtsvordering of een ondubbelzinnige schriftelijke aanmaning dit kan bewerkstelligen.
Daarnaast overweegt de rechtbank dat de man niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van dwaling als grond voor vernietiging en dat partijen in het convenant expliciet afstand hebben gedaan van het recht om ontbinding te vorderen. De vordering wordt daarom afgewezen en de man wordt veroordeeld in de kosten van de procedure.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de man niet ontvankelijk in zijn vorderingen wegens overschrijding van de verjaringstermijn.