ECLI:NL:RBMAA:2004:AO5980
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.H.J. van Neer
- R.J.G.H. Seerden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging WW-uitkering wegens ziekmelding en beoordeling vervolguitkering
Eiser ontving een WW-uitkering die per 16 december 2002 werd beëindigd vanwege ziekmelding. Eiser maakte bezwaar tegen deze beëindiging en tegen de hoogte van de vervolguitkering. Verweerder verklaarde het bezwaar ongegrond en stelde dat het vervolgdagloon correct was vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat de WW-uitkering niet terecht werd beëindigd omdat eiser ten tijde van het besluit geen ziektewetuitkering ontving, wat volgens de wet een voorwaarde is voor beëindiging. Dit deel van het besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen, inclusief een beoordeling van de door eiser gestelde schadevergoeding.
Ten aanzien van de hoogte van de vervolguitkering stelt de rechtbank vast dat deze reeds bij een eerder besluit definitief is vastgesteld en dat het bezwaar hierover niet-ontvankelijk is. Ook het beroep tegen het niet-herleven van de WW-uitkering na herstelmelding wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat dit geen besluit betreft.
De rechtbank bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed en wijst erop dat hoger beroep mogelijk is bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de WW-uitkering wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen; het bezwaar tegen de hoogte van de vervolguitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard.