ECLI:NL:RBMAA:2004:AO5862
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Bregonje
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vochtproblemen en herstelkosten in souterrain woning
De rechtbank Maastricht behandelde een geschil over vochtproblemen in de kelder en souterrain van een woning, waarbij de vraag centraal stond of de ruimten als verblijfsruimten of gebruiksruimten moesten worden aangemerkt en of deze voldeden aan de eisen omtrent maximaal toegestane vochtigheid.
Een deskundige bracht een rapport uit waarin werd vastgesteld dat geen concrete technische normen bestaan voor maximaal toegestane vochtigheid in dergelijke ruimten, en dat de beoordeling moet plaatsvinden aan de hand van de praktijk. De deskundige concludeerde dat slechts een deel van de kelder waterdicht gemaakt hoeft te worden en dat de geraamde herstelkosten van fl. 111.800,-- naar fl. 65.538,-- moesten worden bijgesteld. Tevens werd geoordeeld dat geen nieuw voor oud correctie van toepassing is.
De rechtbank stelde dat het gebruik van de ruimten door de verkoper en de inrichting daarvan bepalend zijn voor de kwalificatie als verblijfs- of gebruiksruimte, waarbij de bewijslast bij de koper ligt. Om dit te bepalen en een mogelijke regeling te beproeven, gelastte de rechtbank een comparitie van partijen.
Daarnaast werd vastgesteld dat de herstelwerkzaamheden ook een verbetering van het pand betekenen, maar dat dit niet leidt tot een betere positie van de koper dan bij een correcte staat bij verkoop. De zaak werd aangehouden en een nieuwe procureur voor de gedaagde werd toegestaan.
Uitkomst: De rechtbank gelast een comparitie van partijen om het geschil over het gebruik van de ruimten en herstelkosten te beslechten en houdt verdere beslissing aan.