ECLI:NL:RBMAA:2003:AN9485
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen over bomen en stankhinder in burenruzie
In deze burenruzieprocedure vorderden eiseres in conventie en gedaagde in reconventie sub 1 de verwijdering van drie leilinden die zich in de tuin van de wederpartij bevinden. Zij stelden dat de bomen het licht en uitzicht belemmeren en schade aan de scheidsmuur veroorzaken, en beroepen zich op artikel 5:37 en Pro 5:42 BW. De rechtbank oordeelde echter dat er geen sprake is van ontneming van licht of uitzicht, noch van gevaar voor de scheidsmuur of belemmering van plantengroei. Tevens werd een beroep op artikel 5:42 BW Pro verworpen wegens strijd met redelijkheid en billijkheid, mede gelet op het lange tijdsverloop en het feit dat de bomen niet hoger zijn geworden.
In reconventie vorderden de wederpartijen beëindiging van stankhinder veroorzaakt door het openstaan van een GFT-container, eveneens op grond van artikel 5:37 BW Pro. De rechtbank stelde vast dat er geen hinder in de zin van dat artikel is en wees ook deze vordering af.
De proceskosten werden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De uitspraak is gebaseerd op een gerechtelijke plaatsopneming met deskundige en een comparitie van partijen, waarbij de feitelijke situatie nauwkeurig is beoordeeld.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot verwijdering van de leilinden en beëindiging van stankhinder af en compenseert de proceskosten.