ECLI:NL:RBMAA:2003:AN8833
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.B. Bergmans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aansprakelijkheid bewindvoerder in surséance van betaling voor boedelschulden
Op 11 december 1996 werd [T.] benoemd tot bewindvoerder in de voorlopige surséance van betaling van de heer [C.]. Gedurende de surséance, die meerdere malen werd verlengd, gaf [T.] opdrachten aan [Eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] voor werkzaamheden zoals het opstellen van jaarrekeningen. In 1999 werd een onjuiste voorraadwaardering ontdekt, wat leidde tot een negatief resultaat in de jaarrekening 1998.
Ondanks deze financiële problemen werd eind 1999 een akkoord aan de crediteuren aangeboden, met financiering door een derde partij. Toen deze financiering niet doorging, verzocht [T.] in februari 2000 de rechtbank de surséance in te trekken.
[Eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] stelde dat [T.] onzorgvuldig en lichtzinnig had gehandeld door opdrachten te verstrekken terwijl hij wist dat betaling aan boedelcrediteuren niet mogelijk was. De rechtbank oordeelde echter dat [T.] als bewindvoerder niet aansprakelijk is voor de onjuiste voorraadwaardering en dat hij zorgvuldig heeft gehandeld, mede gezien zijn beperkte rol en de omstandigheden.
Daarnaast droeg de accountant zelf een eigen verantwoordelijkheid om risico's te beperken. De vorderingen werden afgewezen en de kosten werden aan [Eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] opgelegd, inclusief de kosten van de vrijwaringsprocedure.
Uitkomst: De vordering tot persoonlijke aansprakelijkheid van de bewindvoerder wordt afgewezen wegens zorgvuldig handelen.