ECLI:NL:RBMAA:2003:AN7836
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.C. Casparie
- Rechtspraak.nl
Verrekening aflossingen hypotheek op door vrouw ingebracht huwelijkswoning
De man en vrouw zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen. De vrouw bracht de echtelijke woning in het huwelijk, gefinancierd met een hypothecaire lening die zij deels voor het huwelijk had afgelost. Tijdens het huwelijk heeft de man de hypotheeklasten en huishoudkosten gedragen en aanzienlijke aflossingen op de lening gedaan.
De man vordert vergoeding van de door hem betaalde hypotheekaflossingen en investeringen in de woning, inclusief een deel van de waardestijging. De vrouw betwist de vordering en beroept zich op de huwelijkse voorwaarden en wettelijke bepalingen die terugvordering van deze betalingen uitsluiten.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Hoge Raad (Slot-Ceelen) en oordeelt dat de waarde en waardestijging van de woning niet in de verrekening betrokken mogen worden omdat de woning vóór het huwelijk door de vrouw is ingebracht. Wel heeft de man recht op de helft van de tijdens het huwelijk betaalde hypotheekaflossingen, aangezien deze gelden als belegging van bespaarde en ongedeelde inkomsten van de vrouw.
De vordering van de man tot vergoeding van renovatiekosten wordt afgewezen omdat deze investeringen geen regeling kennen in de huwelijkse voorwaarden en de man het genot ervan heeft gehad. De rechtbank veroordeelt de vrouw tot betaling van €17.924,30, de helft van de betaalde aflossingen, vermeerderd met wettelijke rente, en wijst het overige af. De kosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De vrouw wordt veroordeeld tot betaling van de helft van de tijdens het huwelijk betaalde hypotheekaflossingen aan de man, exclusief waardestijging van de woning.