ECLI:NL:RBMAA:2003:AN4505
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens ontbreken bewijs opzet en schuldheling geldbedrag
De rechtbank Maastricht heeft op 29 oktober 2003 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van opzet- en schuldheling van een geldbedrag en verduistering.
De tenlastelegging betrof het verwerven, voorhanden hebben en overdragen van een geldbedrag waarvan verdachte zou hebben geweten dat het door misdrijf was verkregen. Tevens werd hem verduistering ten laste gelegd voor een periode waarin hij het geld zou hebben toeëigenen.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte wist of had moeten vermoeden dat het geld door misdrijf was verkregen, aangezien het geld door een derde op de rekening van een medeverdachte was gestort. Verdachte had het geld bovendien al vóór de tenlastegelegde periode opgenomen, waardoor de verduistering niet kon worden bewezen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard en verdachte werd vrijgesproken. De benadeelde partij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor opzet- en schuldheling en verduistering.