ECLI:NL:RBMAA:2003:AH9622
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onderhoudsbijdrage kind ondanks toepassing WSNP op vader
De man heeft bij de rechtbank Maastricht een verzoek ingediend tot wijziging van de kinder- en partneralimentatie, waarbij hij wilde dat zijn onderhoudsverplichtingen werden vastgesteld op nihil vanaf 20 juni 2002 vanwege zijn toelating tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP).
De vrouw voerde een bevoegdheidsverweer en betwistte inhoudelijk het verzoek. Zij trok het bevoegdheidsverweer echter in tijdens de mondelinge behandeling, waardoor de rechtbank Maastricht bevoegd werd geacht de zaak te behandelen. De rechtbank stelde vast dat er geen lopende partneralimentatieverplichting meer was, zodat alleen de onderhoudsbijdrage voor het kind ter beoordeling stond.
De rechtbank nam de onbetwiste behoefte van het kind aan de onderhoudsbijdrage als vaststaand aan. Hoewel de man vanwege de WSNP slechts een beperkt vrij te laten inkomen had, oordeelde de rechtbank dat het beëindigen van de onderhoudsbijdrage de overige schuldeisers in onredelijke mate zou bevoordelen ten opzichte van de dringende onderhoudsverplichting jegens het kind.
Daarom werd het verzoek tot wijziging van de onderhoudsbijdrage afgewezen en de bestaande bijdrage gehandhaafd. De rechtbank verwachtte dat de rechter-commissaris het vrij te laten bedrag in het kader van de WSNP zou aanpassen zodat de man feitelijk in staat zou zijn de bijdrage te betalen. De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de man af en handhaaft de onderhoudsbijdrage voor het kind ondanks zijn WSNP-status.