ECLI:NL:RBMAA:2003:AH9244
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bouwvergunning intern verbouwen pand wegens onjuiste wettelijke grondslag
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de bouwvergunning die verweerder aan vergunninghouder heeft verleend voor het intern verbouwen van een pand gelegen buiten de bebouwde kom met bestemming agrarische bedrijfsdoeleinden. Verweerder heeft het bezwaar ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.
De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of de vrijstelling op grond van artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) terecht is verleend. Uit de stukken en de zitting blijkt dat het pand niet wordt gebruikt voor agrarische doeleinden en dat het bouwplan niet voldoet aan de voorwaarden van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), met name artikel 20, eerste lid, onder a, sub 1 en 3, omdat het perceel buiten de bebouwde kom ligt en het geen uitbreiding van een woongebouw betreft.
De rechtbank oordeelt dat het besluit berust op een onjuiste wettelijke grondslag en vernietigt het. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.