ECLI:NL:RBMAA:2003:AF9352
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling restant bruidsgave na echtscheiding tussen echtgenoten
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben op 1 juni 2001 een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding ingediend, waarbij een echtscheidingsconvenant is opgesteld. In dit convenant is onder meer geregeld dat de vrouw haar rechten behoudt met betrekking tot de bruidsschat zoals vermeld in de Marokkaanse trouwakte, en de man hiermee instemt.
De vrouw vordert betaling van het restantbedrag van 50.000 Marokkaanse Dirham van de man, dat volgens de huwelijksakte op het eerste verzoek voldaan moet worden. De man betwist de vordering en voert aan dat Marokkaans recht van toepassing is, waarbij hij stelt dat de vrouw geen vordering op hem heeft.
De rechtbank overweegt dat de vordering zowel naar Nederlands als Marokkaans recht toewijsbaar is. De rechtbank stelt vast dat de term 'bruidsschat' in het convenant een foutieve vertaling is en dat het hier gaat om een bruidsgave. De man is gehouden het restantbedrag te betalen op het eerste verzoek van de vrouw. De rechtbank veroordeelt de man tot betaling van 50.000 Marokkaanse Dirham, of de tegenwaarde in euro's, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 4 januari 2002, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van 50.000 Marokkaanse Dirham restant bruidsgave, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 4 januari 2002.