ECLI:NL:RBMAA:2003:AF9166
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig indienen gronden bij bestuursrechtelijke procedure
Eiser heeft bij de rechtbank Maastricht beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen van 25 oktober 2002. De rechtbank stelde vast dat het ingediende beroepschrift niet voldeed aan de eis dat het de gronden van het beroep moest bevatten. De gemachtigde van eiser werd verzocht deze gronden binnen vier weken in te dienen.
De gemachtigde diende geen gronden binnen de gestelde termijn in, noch verzocht hij uitstel. Wel werd een aanvullend beroepschrift op 24 december 2002 verzonden, maar dit bereikte de rechtbank pas op 7 januari 2003, na het verstrijken van de termijn. De rechtbank oordeelde dat de doorzendplicht niet van toepassing was omdat het voorlopige beroepschrift niet bij een onbevoegd bestuursorgaan was ingediend en de kantonrechter geen administratieve rechter is.
De rechtbank wees erop dat het risico van het niet tijdig indienen van het aanvullend beroepschrift voor rekening van de gemachtigde kwam. Gelet op de wettelijke bepalingen en de procesregeling bestuursrecht werd het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak werd op 9 januari 2003 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de gronden van het beroep.