ECLI:NL:RBMAA:2003:AF6040
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.A.J.W. Eliëns
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vernietiging echtscheidingsconvenant en bevestiging boedelverdeling
Partijen zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en hebben bij echtscheidingsconvenant van 23 juli 1998 de gevolgen van hun echtscheiding geregeld. De vrouw vordert vernietiging van dit convenant wegens dwaling en onrechtmatigheid, stellende dat zij niet op de hoogte was van de waarde van de aandelen in de BV, de woning en andere vermogensbestanddelen.
De man betwist deze stellingen en voert aan dat deskundigen en makelaars waren betrokken bij de waardebepalingen, dat de vrouw tijdens de onderhandelingen en bij het passeren van de akte van scheiding en deling op de hoogte was van de waarde, en dat in de akte expliciet afstand is gedaan van het recht tot vernietiging.
De rechtbank overweegt dat het convenant zorgvuldig tot stand is gekomen, dat de vrouw gebonden is aan de afspraken en dat haar bewijsaanbod inzake misbruik van omstandigheden niet relevant is. De vorderingen tot betaling van achterstallige verzekeringspremies worden afgewezen omdat de man deze verplichting inmiddels nakomt.
De rechtbank wijst alle vorderingen van de vrouw af en bepaalt dat partijen elk hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de vrouw tot vernietiging van het convenant af en bevestigt de boedelverdeling.