ECLI:NL:RBMAA:2003:AF4789
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling last onder dwangsom voor afwijkende bouwverbinding tussen woning en garage
Eiser diende een bouwplan in voor uitbreiding van zijn woning en vernieuwing van de garage, waarbij een verbinding tussen beide werd gerealiseerd. Hoewel de bouwvergunning was verleend zonder deze verbinding, werd vastgesteld dat eiser in afwijking daarvan bouwde. De gemeente legde een last onder dwangsom op om de bouwwerkzaamheden te staken.
Eiser voerde aan dat een ambtenaar Bouw- en Woningtoezicht akkoord was gegaan met de wijziging en dat geen nieuwe vergunning nodig was. De rechtbank oordeelde dat de ambtenaar geen bevoegdheid had om dergelijke toezeggingen te doen en dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet op de mededeling had mogen vertrouwen. Tevens stond het eiser vrij alsnog een nieuwe vergunning aan te vragen.
De rechtbank stelde vast dat het besluit van 28 januari 2002 onbevoegd was, maar dat het daarop volgende besluit van 29 januari 2002 wel bevoegd was en het beroep tegen het eerste besluit daarom niet-ontvankelijk was. De last onder dwangsom werd als rechtmatig beoordeeld en het beroep ongegrond verklaard. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de rechtbank direct in de hoofdzaak uitspraak deed.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.