ECLI:NL:RBMAA:2003:AF4508
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.J.J. Beurskens
- J.M. Penn -Te Strake
- Th.J.M. Oostdijk
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken opsporingsbevoegdheid Koninklijke Marechaussee
De rechtbank Maastricht sprak verdachte vrij van de tenlastelegging van ontuchtige handelingen met een minderjarige in de periode van september 1990 tot november 1991. De rechtbank oordeelde dat het bewijs niet wettig en overtuigend was geleverd.
Een belangrijk onderdeel van het bewijs bestond uit processen-verbaal opgesteld door onderofficieren van de Koninklijke marechaussee. Aanvankelijk werd aangenomen dat verdachte militair was, waardoor de marechaussee opsporingsbevoegdheid had. Later bleek dat verdachte geen militair was, waardoor de marechaussee niet bevoegd was tot opsporing in deze zaak.
De rechtbank stelde vast dat de marechaussee niet optrad op grond van de Politiewet 1993, noch op basis van samenwerking of bijstand, omdat daarvoor geen wettelijke grondslag bestond. Hierdoor konden de processen-verbaal niet als bewijs worden gebruikt. Dit leidde tot de conclusie dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend was bewezen en verdachte werd vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs door onrechtmatig optreden van de Koninklijke marechaussee.