ECLI:NL:RBMAA:2003:AF4453
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.A.J.W. Eliëns
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en verdeling van de gemeenschap na echtscheiding met geschil over onverdeelde vermogensbestanddelen
De rechtbank Maastricht behandelde een geschil tussen ex-echtgenoten over de verdeling van hun gemeenschap na echtscheiding. Partijen waren in algehele gemeenschap van goederen gehuwd en hadden de echtelijke woning verkocht. Diverse posten, waaronder leningen, bijstandsschulden, voertuigen, een levensverzekering en belastingteruggaven, bleven onverdeeld.
De rechtbank stelde de peildatum voor de gemeenschap vast op 18 juni 1998 en oordeelde dat bepaalde leningen en bijstandsschulden wel of niet tot de gemeenschap behoorden. De vrouw werd veroordeeld tot betaling van diverse bedragen aan de man, waaronder een lening van de GKB, een groot deel van de bijstandsschuld, en een bedrag ter verrekening van de voertuigen. Ook werd de verdeling van de levensverzekering vastgesteld.
Verder werd geoordeeld dat vakantiegeld en bepaalde belastingteruggaven niet als vermogensbestanddelen van de gemeenschap konden worden beschouwd of slechts gedeeltelijk toekwamen. De rechtbank compenseerde de proceskosten en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. De verdeling van de roerende inboedel werd door partijen onderling geregeld zonder verdere verrekening.
Uitkomst: De rechtbank stelde de verdeling van de gemeenschap vast en veroordeelde de vrouw tot betaling van € 12.710,75 aan de man, met verdere financiële verrekeningen en toedelingen.