ECLI:NL:RBMAA:2003:AF3869
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van den Acker
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bij ongeval met paard tijdens zadelmak maken
Op 23 november 1995 vond een ongeval plaats in de binnenbak van een manege waarbij eiser schade zou hebben geleden door een paard dat door B. werd bereden. B. reed het paard in opdracht van M.A.S.H. om het zadelmak te maken. De rechtbank stelt vast dat B. niet als bezitter van het paard kan worden aangemerkt, omdat zij het paard slechts in opdracht bereden heeft en niet voor zichzelf hield.
Eiser stelt dat B. aansprakelijk is op grond van artikel 6:179 BW Pro, maar de rechtbank wijst dit af omdat B. geen bezitter is. M.A.S.H. voert aan dat B. aansprakelijk is op grond van artikel 6:181 BW Pro omdat zij haar bedrijf maakte van het zadelmak rijden van paarden. De rechtbank laat M.A.S.H. toe dit te bewijzen, mede op basis van facturen die B. aan M.A.S.H. heeft gestuurd.
De toedracht van het ongeval wordt betwist. Eiser stelt dat het paard weigerde te springen en hem met de hoeven heeft geraakt, terwijl M.A.S.H. alleen een botsing tussen paarden erkent en de schade aan eiser betwist. De rechtbank laat eiser toe zijn stellingen te bewijzen door middel van getuigen.
De zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere bewijslevering en het bepalen van getuigenverhoren. Verdere beslissingen worden aangehouden totdat het bewijs is geleverd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af maar staat bewijslevering toe over aansprakelijkheid en toedracht ongeval.