ECLI:NL:RBMAA:2003:AF3611
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering wegens schending redelijke termijn EVRM
Eiseres ontving meerdere uitkeringen op grond van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel, waarna verweerder een terugvordering instelde wegens te veel ontvangen bedragen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de redelijke termijn van artikel 6 EVRM Pro was overschreden, waardoor het eerdere besluit van verweerder werd vernietigd en een nieuw besluit moest worden genomen met inachtneming van deze schending.
Verweerder stelde in het bestreden besluit dat het volledige bedrag van € 3.945,55 teruggevorderd kon worden omdat eiseres geen concreet nadeel had ondervonden en zelf ook passief was geweest. Eiseres betwistte dit en stelde dat de verlagingen door verweerder onvoldoende waren en dat de schending van de redelijke termijn een matiging van de terugvordering rechtvaardigde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom het volledige bedrag teruggevorderd kon worden ondanks de schending van artikel 6 EVRM Pro. De verlagingen waren niet gerelateerd aan de schending en het argument dat eiseres zelf had stilgezeten was irrelevant. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen, met vergoeding van het griffierecht aan eiseres.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot terugvordering wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.