ECLI:NL:RBMAA:2002:AF2015
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het bestuursrechtelijk beroep tegen het stopzetten van softdrugsverkoop in coffeeshops Heerlen
Eisers, exploitanten van vijf coffeeshops in Heerlen, maakten bezwaar tegen besluiten van de gemeente die voorschreven dat zij de verkoop van softdrugs moesten staken per 1 januari 2002 (later 1 februari 2003 voor één exploitant). De gemeente voerde een beleid om het aantal coffeeshops terug te brengen van vijf naar twee in het gebied, met als doel het verbeteren van het woon- en leefklimaat.
De rechtbank oordeelt dat het gemeentelijk beleid, inclusief het maximumstelsel en de geografische spreiding, niet onredelijk is en dat de belangen van eisers voldoende zijn meegewogen. Eisers waren op de hoogte van het beleid en de gevolgen daarvan. De vestigingscriteria boden een reële mogelijkheid tot verplaatsing, zoals blijkt uit eerdere vrijwillige verhuizingen.
Verder is geoordeeld dat de aanhouding van vergunningaanvragen na het besluit geen benadeling van eisers opleverde en dat de beperkte inzet van OMAN B.V. niet tot gegrondverklaring van het beroep leidt. De rechtbank concludeert dat de consequenties van het niet naleven van de regels voor rekening van eisers komen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit tot beëindiging van de verkoop van softdrugs in de coffeeshops.