ECLI:NL:RBMAA:2002:AF0969

Rechtbank Maastricht

Datum uitspraak
14 november 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
74791
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Sijmonsma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 71 lid 2 RvArt. 93 RvArt. 94 leden 2 en 3 RvArt. 131 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheidsgeschil inzake kooprecht strook grond uit huurovereenkomst

In deze zaak vorderden eisers in conventie ([M. cs].) dat gedaagden in conventie ([D. cs].) worden veroordeeld tot verkoop en levering van een strook grond die zij huren, op grond van een recht van eerste koop uit een huurovereenkomst. [M. cs]. stellen dat [D. cs]. hun kooprecht schenden door de grond niet aan te bieden ondanks een voorgenomen verkoop van de woning met erf.

In reconventie vorderen [D. cs]. een verklaring dat de gebruiksovereenkomst rechtsgeldig is opgezegd en beëindigd, en dat [M. cs]. onrechtmatig hebben gehandeld door conservatoir beslag te leggen. Tevens vorderen zij schadevergoeding en kosten.

De rechtbank constateert dat de waarde van de grond met grote waarschijnlijkheid onder de € 5.000,- ligt, waardoor op grond van artikel 93 Wetboek Pro van Rechtsvordering de sector kanton bevoegd is. Ook de samenhang van de reconventionele vorderingen maakt behandeling door de kantonrechter passend.

De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd en verwijst de zaak door naar de kantonrechter, met een nieuwe rolzitting op 11 december 2002. Partijen worden gewezen op het ontbreken van een verplichte procureurstelling in de kantonsector.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de kantonrechter.

Uitspraak

Vonnis : 14 november 2002
Zaaknummer : 74791 / HA ZA 02-442
De rechtbank te Maastricht, enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van:
1. [H.] [M.],
2. [G.] [W.] E/V [M.],
beiden wonende te [H.], gemeente [H.],
eisers in conventie,
gedaagden in reconventie,
procureur mr. G.M.J. Diederen;
tegen:
1. [A.] [D.],
2. [M.] [L.] E/V [D.],
beiden wonende te [H.], gemeente [H.],
gedaagden in conventie,
eisers in reconventie,
procureur mr. R.P. Küffen;
1. Het verloop van de procedure
Eisers in conventie, verder te noemen [M. cs]., hebben gedaagden in conventie, verder te noemen partij [D. cs], gedagvaard voor deze rechtbank en gesteld en gevorderd als in die dagvaarding vermeld. Bij die dagvaarding is een productie overgelegd.
[D. cs] hebben conclusie van antwoord in conventie, tevens houdende conclusie van eis in reconventie genomen.
[M. cs]. hebben hierop geantwoord in reconventie onder overlegging van 10 producties.
Op de voet van artikel 131 van Pro het Wetboek van Burgelijke rechtsvordering is een comparitie na antwoord gelast. Van het verhandelde ter comparitie is procesverbaal opgemaakt, dat zich bij de stukken bevindt.
Ten slotte hebben partijen vonnis gevraagd op het rechtbankdossier, terzake de bevoegdheid van de rechtbank. De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.
2. De vordering
In conventie
[M. cs]. hebben op de in de dagvaarding vermelde gronden gevorderd dat bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [D. cs] zullen worden veroordeeld om te verkopen en te leveren de strook grond die door [M. cs]. van [D. cs] wordt gehuurd, voor een (redelijke) koopprijs van € 453,- k.k., zulks op verbeurte van een dwangsom van € 1000,- voor iedere dag dat [D. cs] in gebreke mochten blijven, met veroordeling in de kosten van het geding.
Daartoe stellen zij dat in de huurovereenkomst die tussen partijen is gesloten op 1 augustus 1966, respectievelijk 1 september 1977, een recht van eerste koop is opgenomen en dat zij het recht hebben gebruik te maken van deze koopoptie, nu [D. cs] voornemens zijn hun woning met erf, waarvan de gehuurde strook grond onderdeel uitmaakt, te verkopen.
Laatstgenoemd voornemen van [D. cs] tot verkoop wordt door [M. cs]. afgeleid uit het feit dat [D. cs] Makelaar V&H Vastgoed te Schinnen hebben ingeschakeld voor de verkoop van hun woning met erf, van welke onroerende zaak de betreffende strook grond onderdeel uitmaakt.
[D. cs] verklaren zich echter niet bereid de strook grond aan [M. cs]. te koop aan te bieden en komen naar het oordeel van [M. cs]. dientengevolge toerekenbaar tekort in de nakoming van hun contractuele verplichting.
Van de President van de rechtbank is verlof verkregen om conservatoir beslag te doen leggen om de gestelde rechten te doen verzekeren.
In reconventie
[D. cs] vorderen ten eerste een verklaring voor recht: dat de gebruiksovereenkomst per 21 november 2001 rechtsgeldig is opgezegd en beeindigd per 1 januari 2001, zulks met de verplichting om binnen 7 dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis aan [D. cs], teruggebracht in de oorspronkelijke staat, ter beschikking te stellen, op verbeurte van een dwangsom van € 250,- per dag tot een maximum van € 50.000,-.
Ten tweede vorderen zij een verklaring voor recht dat [M. cs]., door de conservatoire beslaglegging d.d. 26 april 2002 op de onroerende zaken Gemeente [H.], Sectie D, nrs. 1829 en 1480, onrechtmatig jegens [D. cs] hebben gehandeld en jegens hen aansprakelijk zijn voor de daaruit voortvloeiende schade.
Tevens vorderen zij veroordeling van [M. cs]. in de kosten van dit geding.
3. De bevoegdheid in conventie en in reconventie
Nu het geschil betreft de uitoefening van het recht om een strook grond te kopen, welk recht voortvloeit uit een huurovereenkomst tussen partijen, terwijl de waarde van de betreffende strook grond met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid minder is dan
€ 5.000,-, is volgens artikel 93 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering de sector kanton van de rechtbank bevoegd om van de vordering kennis te nemen.
De rechtbank merkt hierbij nog op dat de samenhang van het door [D. cs] onder 2 gevorderde met de overige vorderingen zodanig is dat ook deze door de kantonrechter behandeld dient te worden (artikel 94 leden Pro 2 en 3 van het Wetboek van Rechtsvordering).
Ingevolge artikel 71 lid 2 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering zal de rechtbank onder deze omstandigheden de zaak verwijzen naar de kantonrechter, onder vermelding van de wijze waarop partijen in de procedure moeten verschijnen en met vermelding van een nieuwe roldatum.
Nu de rechtbank de bevoegdheid ambshalve tijdens de comparitiezitting heeft aangeroerd zijn er geen extra kosten gemaakt.
4. De uitspraak
De rechtbank:
In conventie en in reconventie
verklaart zich onbevoegd om van de vordering kennis te nemen;
verwijst deze zaak in de stand waarin zij zich bevindt naar de Rechtbank Maastricht sector kanton, locatie Heerlen, voor beraad zijdens partijen;
bepaalt dat deze zaak zal worden ingeschreven op de rol van 11 december 2002 te 10.00 uur;
wijst partijen erop dat wat betreft het vervolg van de procedure bij de sector kanton de wet geen verplichte procureurstelling voorschrijft.
Dit vonnis is gewezen door mr. Sijmonsma, rechter, en ter openbare terechtzitting uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.
RvdV